17 mei 2026
Martine – geeft met textiel reparaties verhalen door
Ze komt altijd op de fiets, al woont ze op loopafstand van haar vrijwilligerswerk. Dertig jaar geleden bleef ze plakken in Utrecht. Op de Dag van de Circulariteit werd het haar helder: de wens iets te doen met circulair textiel. Dat werd ingevuld bij De Reparatiebalie.
‘Ik vind het heel “chill” om gewoon lekker achter mijn naaimachine te zitten en een beetje te kletsen. Lekker tussen mijn spulletjes. Achter in een laatje, onder een stapeltje: er ligt altijd wel iets wat ik kan gebruiken. Ik doe het graag rustig aan. Hier kan dat, anders dan bij een repaircafé.’
Martine heeft lang in de zorg gewerkt. Met veel liefde. Zorgen doet ze nog steeds. Voor familie, samen met een ander familielid.
‘Repareren is moeilijker dan naaien,’ zegt ze. ‘Als je op de goede plek begint, dan is het niet al te ingewikkeld. Al zijn er soms textielklussen die moeilijker zijn, wat ik “reverse engineering” noem.’ Ze lacht: ‘Ik denk dat naaien soms toch een beetje hogere wiskunde is.’
‘We hadden thuis niet zoveel geld. Mijn moeder was heel creatief. Kreeg ze gordijnstalen, dan maakte ze er nieuwe gordijnen van. Zo, dat er niemand zei: zijn dat allemaal restjes? Ik was lang en dun en spijkerbroeken pasten niet en waren veel te duur. Dus leerde mijn moeder mij en mijn broer om zelf kleding te maken. Het was vanzelfsprekend. Dat vanzelfsprekende werd dan later ineens een “feature”. Ik vond het niet altijd leuk, maar het is wel iets dat mensen leuk aan jou vinden. En dat krijg je wel weer terug.’
‘Voor mijn broer heb ik gordijnen vermaakt. Ze lagen nog op zolder. Van mijn ouders uit 1960. De gordijnen hadden een paar kleine gaatjes, verder zijn het knettermooie gordijnen! Iedereen zegt tegenwoordig: “Koop toch wat nieuws, gun jezelf dat.” Ik zeg: nee, gerepareerd, dat is pas chic. Dat kledingstuk dat je gemaakt hebt, gekregen of dat iemand voor je naaide. Waar je al drie keer de Mount Everest mee bent opgeklommen, mee in de blubber liep, dat nat werd, dat honderd keer is gewassen. Het is nog steeds een fijne broek. Het heeft een verhaal. Net als bij mijn broer. Wie heeft er last van dat mijn broer oude gordijnen heeft? Door te repareren maak ik het juist mogelijk een verhaal door te laten gaan. Door het tastbaar te maken. Waardoor het steeds mooier is. En dat te kunnen zien.’
Waarom ze blijft? #
Ze glimlacht. ‘Het is hier een gezellige club. Het past in mijn levensritme en ik doe iets wat ik belangrijk vind. De naaisters hebben respect voor het materiaal. Steeds weer met draad, geduld en aandacht aan de slag met elkaar.’
