BLOG: De vondst

23 mei 2026

BLOG: De vondst

Het is druk bij De Reparatiebalie. Er liggen nog drie spijkerbroeken met versleten konten te wachten op een nieuw ‘zadel’, er moet een torn gerepareerd worden bij een laptoptas en ook de damesbroek die moet worden ingekort ligt me aan te kijken.

Het geluid van de deur klinkt en er stapt een jongeman naar binnen. Hij kijkt een beetje schuldbewust en vertelt dat de rits van zijn tas kapot is. Ah, een ritsprobleem, daar ben ik dol op. Nieuwsgierig vraag ik wat precies het probleem is en dan laat hij me zien dat het trekkertje is verdwenen aan de runner van de rits. De rits zelf mankeert niets.

Dat kan wel even tussendoor beslis ik snel en ik ga op zoek naar het doosje runners en toebehoren dat in één van onze laden moet huizen. Ja, hebbes! Daar zitten alleen blikken dingen in, die te lelijk zijn voor deze degelijke tas van zwaar runderleer. Eens even denken, een koordje door het oogje halen is natuurlijk ook een oplossing maar er is alleen felroze en lichtblauw koord voorhanden. Hmmm, iets van leer zou het mooiste zijn maar alle leer ligt thuis. Jammer.

Dan bedenk ik me dat ik de vorige week hier uit twee versleten dameslaarsjes de ritsen heb geknipt en de resten in de keukenvuilnisbak heb gegooid. Die bak wordt niet al te vaak geleegd weet ik, dus er is een grote kans dat ze daar nog liggen. Ik ga op zoek. In het keukentje zet ik de deksel van de vuilnisbak ernaast en grijp diep in de zak. Mijn hand passeert lauwwarme koffiedrab en koele appelschillen. De geur van schimmelig papier en oude theezakjes stijgt omhoog. Ik voel dieper en dieper en dan raken mijn vingers de contouren van de zool en de schacht van een laarsje. Ik klop alle viezigheid van het voorwerp af, maak deze schoonmaakbeurt af met de vaatdoek en loop terug naar de klant.

Opgetogen laat ik mijn vondst zien aan de jongeman, die mij nu vertwijfeld aankijkt. Hij begrijpt nog niets van mijn goede bedoelingen en ik zie onrust in zijn blik wanneer ik enthousiast aankondig dat ik van dit leer een trekker ga knippen. Hij zucht hoorbaar, verplaatst zijn gewicht van zijn ene been op het andere en steunt met zijn handen op de toonbank.

‘Heeft u nog vijf minuten?’ vraag ik hem. Ja, hij heeft nog vijf minuten maar uit de klank van zijn stem meen ik op te maken dat hij weinig vertrouwen heeft in mijn reparatiewerk. Ik pak een vel papier uit de prullenbak en op de lege achterkant maak ik een paar schetsjes: een rondje, een druppelvorm, wat hoekiger. Welke vorm is het beste bij deze tas? Opeens ontdek ik dat het zijvakje ook gesloten wordt door een rits en daaraan hangt een trekkertje van leer. Kijk eens aan: het model is nu geen probleem meer.

Al snel heb ik een zelfde vorm geknipt en door het ringetje aan de rits gehaald. Ik leg uit hoe de klant thuis de twee helften aan elkaar kan lijmen met Bisontix. ‘Zet er drie wasknijpers op en laat maar een nachtje drogen’, adviseer ik hem.

Zijn gezicht staat nu heel anders: open, blij, tevreden… en zie ik ook een beetje bewondering? We nemen lachend afscheid nadat hij vijf euro als vrijwillige bijdrage heeft gedoneerd.

Anna